“RFID in modesector kan perfect”

Jan Merckx (VIL)

Jan Merckx (VIL)

Beleeft RFID (Radio Frequency Identification) in ons land straks definitief de grote doorbraak? Het project In-Store-Improvement van het VIL (Vlaams Instituut voor de Logistiek) doet alvast het beste verhopen. Negen bedrijven uit de modesector namen deel aan het in mei van dit jaar afgeronde project, dat door GS1 Belux werd ondersteund. Wij blikten terug met Jan Merckx (VIL) en Hedwig Schockaert (Van de Velde) en stelden vast dat de technologie, na een aarzelend begin , eindelijk klaar lijkt om ook in België zieltjes te winnen.

Waarom was er uitgerekend nu veel nood aan een dergelijk project?
Jan Merckx (VIL): “De interesse van de kledingsector om RFID te implementeren voor logistieke toepassingen, is het resultaat van een dubbele behoefte: enerzijds stelt deze industrie wereldwijd vast dat de accuratesse van de inventaris maar een score van 60 à 70% behaalt, terwijl er anderzijds nood is aan een technologie die een antidiefstalmechanisme in zich draagt. De opkomst van omnichannel heeft het verlangen nog een boost gegeven: wie de stap naar online verkoop wil zetten, moet kunnen terugvallen op een systeem dat de correctheid van de inventaris waarborgt. Je kan niet beloven een bestelling morgen te leveren als je niet weet of je het product in kwestie wel op voorraad hebt.”

Welke landen vertolken een voorbeeldfunctie in het gebruik van RFID?
Jan Merckx: “De Verenigde Staten fungeren als pionier: daar zijn 57% van de retailers al met de implementatie van deze technologie bezig. Daarvoor kunnen ze onder meer terugvallen op een roadmap van GS1 US, dat een mooi framework biedt om RFID in de praktijk toe te passen. Het is geen toeval dat de VS het voortouw nemen: de retailers leggen daar de producenten simpelweg op hoe ze de items moeten aanleveren. Wie die procedures niet volgt, maakt er geen kans.”

Hoe belangrijk zijn de GS1-standaarden voor een succesvolle implementatie?
Jan Merckx: “Als een nieuwe technologie wordt geïmplementeerd in de complexe supply chain, is dat een allesomvattend verhaal waar de hele industrie moet achter staan. Een project van een dergelijke schaalgrootte is volstrekt onmogelijk zonder een krachtige standaard. De GS1 Standaarden zijn veel meer dan een hulpmiddel: eigenlijk zijn ze zelfs de essentie van het hele verhaal. Neem het voorbeeld van een multimerkenwinkel: als zij de producten van hun verschillende leveranciers doorheen de hele supply chain willen traceren, moéten ze zo’n standaard hebben.”

Waarom wilde Van de Velde zo graag aan dit project deelnemen?
Hedwig Schockaert (Van de Velde): “Wij volgen RFID al van toen de technologie nog in zijn kinderschoenen stond, maar merkten dat het trager evolueerde dan verwacht. Nu de technologie wel matuur is, was de tijd rijp om de proef op de som te nemen. Toch twijfelden we nog even: heel wat van onze items bevatten metalen onderdelen, we vreesden daarom of het bij ons wel zou werken. Gelukkig bleek dat in de praktijk geen probleem. De ideale winkel voor ons pilootproject was onze store in Galeries Lafayette in Parijs.”

Welke conclusies trok u uit dit project?
Hedwig Schockaert: “Aangezien we kozen voor een ‘proven technology’, is het toepassen van RFID in onze piloot goed verlopen. De kledingstukken hangen in de winkel verder van elkaar, waardoor de tags zich vrij vlot lieten lezen. De positieve resultaten hebben ervoor gezorgd dat ons management de beslissing heeft genomen om binnenkort over te gaan tot een stapsgewijze implementatie. Het zal er op aankomen eerst nog enkele technische issues uit de weg te ruimen. De toepassing in onze multimerkenwinkels wordt namelijk iets gecompliceerder dan in Lafayette, omdat we nu ook de producten van andere leveranciers in het verhaal moeten betrekken. We moeten ook nagaan welke meetpunten in onze supply chain relevant zijn. Vroeg of laat wordt deze technologie evenwel een noodzaak voor deze sector, dan kan je beter al een voorsprong nemen. In elk geval is dit voor ons een heel leerrijk traject geweest en tegelijk de trigger om er eindelijk grondig werk van te maken.”